Naar de inhoud
Mamaland.
Inloggen Forum Maak je account

Begrippenlijst

De woorden rond zwangerschap, bevalling en de eerste jaren, in gewone taal uitgelegd. Even snel opzoeken wat iets betekent, zonder medisch jargon.

13-wekenecho
Een echo rond week 13 die vroeg kijkt naar de lichamelijke ontwikkeling van je baby. Meedoen is een eigen keuze. Meer in de kennisbank →
20-wekenecho (SEO)
Het structureel echoscopisch onderzoek rond week 20 dat de organen en de groei van je baby nakijkt. Meedoen is een eigen keuze. Meer in de kennisbank →
Apgarscore
Een snelle check vlak na de geboorte (na 1 en 5 minuten) van hartslag, ademhaling, kleur, spierspanning en reactie van je baby. Een hulpmiddel voor de zorgverleners, geen rapportcijfer voor je kindje.
Baarmoeder
Het gespierde orgaan waarin je baby groeit. Hij rekt mee met de zwangerschap en trekt tijdens de bevalling samen (de weeën). Meer in de kennisbank →
Baarmoederhals
De onderkant van de baarmoeder, die tijdens de bevalling zachter wordt en opengaat (de ontsluiting) zodat je baby naar buiten kan. Meer in de kennisbank →
Babyblues
Een korte, hevige periode van huilbuien en wisselende stemmingen rond de derde tot vijfde dag na de bevalling, door de kelderende hormonen. Het hoort erbij en trekt vanzelf bij. Houdt het langer dan twee weken aan, dan kan het meer zijn (zie kraamtranen en postpartum depressie). Meer in de kennisbank →
Bekkenbodem
De hangmat van spieren onderin je bekken die je blaas, baarmoeder en darm draagt. Zwangerschap en bevalling belasten hem; oefeningen helpen bij het herstel. Meer in de kennisbank →
Borstvoeding
Je baby voeden met moedermelk, rechtstreeks of gekolfd. Het mag wennen en oefenen; een goede aanleg en hulp van een lactatiekundige maken veel verschil. Meer in de kennisbank →
CTG (hartfilmpje)
Een meting die tegelijk de hartslag van je baby en je weeën registreert, bijvoorbeeld rond de bevalling. Zo houden de zorgverleners in de gaten hoe je baby het doet. Meer in de kennisbank →
Colostrum (voormelk)
De dikke, gele eerste melk in de eerste dagen, rijk aan afweerstoffen. Er is maar weinig van nodig: het maagje van je pasgeborene is piepklein. Meer in de kennisbank →
Consultatiebureau
De jeugdgezondheidszorg die de groei en ontwikkeling van je kind volgt, vaccinaties geeft en al je vragen beantwoordt, van voeding tot slapen tot zindelijkheid.
Driftbui
Een hevige uitbarsting van emotie bij een peuter. Geen onwil, maar een nog onrijp brein dat even overstroomt. Rond twee jaar op zijn hevigst en gaat vanzelf over als de taal en zelfregulatie groeien.
Embryo
Zo heet je kindje in de eerste weken (tot ongeveer week 10), de fase waarin de organen worden aangelegd. Daarna spreken we van een foetus. Meer in de kennisbank →
Episiotomie (knip)
Een kleine knip in de huid tussen vagina en anus om de uitgang te vergroten als dat nodig is bij de geboorte. Gebeurt lang niet altijd en alleen op indicatie. Meer in de kennisbank →
Foetus
De naam voor je groeiende kindje vanaf ongeveer week 10 tot de geboorte. Meer in de kennisbank →
Foliumzuur
Een B-vitamine die het risico op een open ruggetje verkleint. Het advies is 400 microgram per dag, vanaf de kinderwens tot en met week 10. Meer in de kennisbank →
Gebroken vliezen
Het knappen van de vruchtzak, waarna het vruchtwater wegloopt: een grote plas of een klein straaltje. Bel je verloskundige om door te geven wanneer en welke kleur; vooral bij groen of bruin vruchtwater bellen ze je graag meteen. Meer in de kennisbank →
Geelzucht (gele baby)
Een gele kleur van de huid en het oogwit in de eerste dagen, doordat de lever nog op gang moet komen. Meestal onschuldig en vanzelf over; de kraamverzorgende en verloskundige houden het in de gaten. Meer in de kennisbank →
Gouden uur
Het eerste uur na de geboorte: ongestoord huid-op-huid samen zijn. Het kalmeert jullie allebei en helpt de borstvoeding en de hechting op gang. Meer in de kennisbank →
Groeispurt
Een korte periode waarin je baby extra vaak wil drinken en onrustiger is, vaak rond een paar bekende leeftijden. Het is tijdelijk en geen teken dat je melk tekortschiet. Meer in de kennisbank →
Gynaecoloog
De medisch specialist voor zwangerschap en bevalling in het ziekenhuis. Bij een zwangerschap zonder bijzonderheden begeleidt meestal je verloskundige; bij extra risico komt de gynaecoloog erbij.
Hechting
De band die groeit tussen jou en je kind. Geen moment, maar een proces dat opbouwt uit duizend kleine keren oppakken, voeden, aankijken en troosten.
Hielprik
Een paar druppels bloed uit het hieltje van je baby, rond dag 4 tot 7, om te screenen op een aantal zeldzame, goed behandelbare aandoeningen. Meer in de kennisbank →
Huid-op-huid
Je naakte baby tegen je blote borst. Het houdt je baby warm en rustig, regelt de ademhaling en hartslag en helpt de voeding op gang.
Indaling
Het zakken van het hoofdje van je baby dieper het bekken in, vaak in de laatste weken. Je gaat soms wat makkelijker ademen, maar voelt meer druk laag in je bekken. Meer in de kennisbank →
Inleiding (ingeleide bevalling)
De bevalling kunstmatig op gang brengen, bijvoorbeeld als je ruim over tijd bent of er een medische reden is. Dat kan op verschillende manieren, altijd in overleg. Meer in de kennisbank →
Keizersnede (sectio)
Een operatie waarbij je baby via een snee in je buik en baarmoeder wordt geboren. Soms gepland, soms tijdens de bevalling besloten. Een volwaardige manier van bevallen. Meer in de kennisbank →
Kolven
Moedermelk uit je borst halen met de hand of een kolf, om te bewaren of je voorraad op gang te houden, bijvoorbeeld als je weer gaat werken. Meer in de kennisbank →
Kraamtranen
De huilerigheid van de babyblues. Houdt het somber zijn langer dan twee weken aan of word je er bang van, bespreek het dan met je verloskundige of huisarts; dan kan er sprake zijn van een postpartum depressie. Meer in de kennisbank →
Kraamzorg
De typisch Nederlandse hulp aan huis in de eerste ruim week na de bevalling: een kraamverzorgende let op jou en je baby en helpt jullie op weg. Gemiddeld zo'n 49 uur. Meer in de kennisbank →
Lactatiekundige
Een gespecialiseerde hulp bij borstvoeding: aanleggen, pijn, te weinig of te veel melk. Hulp vragen is verstandig, geen falen. Meer in de kennisbank →
Meconium
De eerste ontlasting van je baby: zwart, plakkerig en geurloos. Heel normaal in de eerste dagen.
NIPT
Een bloedtest vanaf ongeveer week 10 die de kans op down-, edwards- en patausyndroom inschat. Meedoen is een eigen keuze; de verloskundige legt het neutraal uit. Meer in de kennisbank →
Naweeën
Krampen na de bevalling, doordat je baarmoeder weer samentrekt naar zijn oude formaat. Vaak voelbaar tijdens het voeden en heviger na een tweede of volgend kind. Meer in de kennisbank →
Ontsluiting
Het opengaan van de baarmoedermond tijdens de bevalling, gemeten in centimeters tot tien (volledig). De weeën doen dit werk. Meer in de kennisbank →
Placenta (moederkoek)
Het orgaan dat tijdens de zwangerschap voeding en zuurstof van jou naar je baby brengt. Na de geboorte wordt hij geboren als de nageboorte. Meer in de kennisbank →
Postpartum depressie
Een depressie in het eerste jaar na de bevalling, anders en hardnekkiger dan de babyblues. Het is een aandoening, geen falen, en goed te behandelen. Praat erover met je verloskundige of huisarts. In acute nood bel je 113 of 0800-0113. Meer in de kennisbank →
Pre-eclampsie
Een aandoening in de tweede helft van de zwangerschap met hoge bloeddruk en eiwit in de urine. Waarschuw je verloskundige bij aanhoudende hoofdpijn, sterretjes zien, pijn boven in de buik of plots veel vocht vasthouden. Meer in de kennisbank →
Reflux
Het teruggeven van een beetje voeding na het drinken, doordat het klepje boven het maagje nog soepel is. Bij een tevreden, goed groeiende baby meestal onschuldig en vanzelf over. Meer in de kennisbank →
Ruggenprik (epiduraal)
Pijnstilling via een dun slangetje in je rug die de pijn van de weeën grotendeels wegneemt. De meest effectieve pijnbestrijding bij de bevalling; je bespreekt vooraf de voor- en nadelen. Meer in de kennisbank →
Slijmprop
De prop slijm die de baarmoedermond afsluit en die er in de aanloop naar de bevalling uit kan komen, soms met een beetje bloed (tekenen). Geen reden tot haast; de bevalling kan nog dagen op zich laten wachten. Meer in de kennisbank →
Stuitligging
Je baby ligt met de billen of voetjes naar beneden in plaats van met het hoofd. Vaak draait een baby nog; gebeurt dat niet, dan bespreek je de mogelijkheden. Meer in de kennisbank →
Taalexplosie
De periode in de peutertijd waarin de woordenschat ineens hard groeit, van losse woordjes naar zinnetjes. Veel samen praten en voorlezen helpt het meest.
Vacuümverlossing
Hulp bij de geboorte met een zuignapje op het hoofdje van je baby tijdens de persweeën, als het laatste stukje een handje nodig heeft. Meer in de kennisbank →
Verloskundige
De zorgverlener die je begeleidt tijdens een zwangerschap zonder bijzonderheden: controles, advies, de bevalling en de kraamtijd. Jouw vaste aanspreekpunt.
Vlokkentest
Onderzoek waarbij wat weefsel van de placenta wordt afgenomen om chromosoomafwijkingen vast te stellen. Een vervolgonderzoek, alleen bij een verhoogde kans of indicatie. Meer in de kennisbank →
Voedselneofobie
Het normale wantrouwen van peuters tegenover nieuw eten. Blijf rustig aanbieden (soms tien tot vijftien keer) zonder dwang; het gaat vanzelf over.
Voorweeën
Oefenweeën (ook wel harde buiken) die je baarmoeder voorbereiden, maar nog geen ontsluiting geven. Ze zijn onregelmatig en zakken vaak weer; echte weeën worden juist regelmatiger en heviger. Meer in de kennisbank →
Vruchtwater
Het beschermende vocht rond je baby in de vruchtzak. Het breken ervan (gebroken vliezen) kan een voorbode van de bevalling zijn. Meer in de kennisbank →
Vruchtwaterpunctie
Onderzoek waarbij wat vruchtwater wordt afgenomen voor onderzoek naar chromosoomafwijkingen. Een vervolgonderzoek, alleen op indicatie. Meer in de kennisbank →
Weeën
Het ritmisch samentrekken van je baarmoeder dat de baarmoedermond opent en je baby naar buiten helpt. Echte weeën worden regelmatiger, langer en heviger. Meer in de kennisbank →
Wiegendood (veilig slapen)
Het zeldzame, plotselinge overlijden van een baby in de slaap. Je verkleint het risico fors met veilig slapen: op de rug, in een eigen bedje zonder kussen of dekbed, en rookvrij. Meer in de kennisbank →
Zindelijkheid
Leren plassen en poepen op het potje of de wc. Niet de leeftijd maar de signalen tellen; meestal overdag droog tussen tweeënhalf en vier jaar. Zonder strijd gaat het het snelst.
Zwangerschapsdiabetes
Een tijdelijke vorm van diabetes die in de zwangerschap kan ontstaan en meestal na de bevalling verdwijnt. Met voeding, beweging en soms medicatie goed te begeleiden. Meer in de kennisbank →

Mamaland geeft informatie, geen medisch advies. Bij twijfel of klachten neem je altijd contact op met je eigen verloskundige, huisarts of het consultatiebureau.